Een beschilderde houten stèle met een ronde top. De figuur van de godin Noet vormt de bovenrand van een scène met een staande vrouw die de godRe-Horachte aanbidt. Onder het met sterren bedekte lichaam van Noet zweeft een zonneschijf met uraei en twee oedjat-ogen. Re-Horachte staat voor een altaar en houdt de was-scepter in zijn linkerhand en een anch-teken in de andere. De vrouw, wier naam niet is genoemd, draagt een fijn geplisseerd doorschijnend gewaad en een lange pruik. Boven de twee figuren staat een tekst in negen verticale kolommen hiërogliefen. Op de rand van de stèle staat nog een tekst.